“Over elke berg loopt een pad,
al is dat vanuit het dal misschien niet te zien”
Theodore Roethke
Loopt over elke berg een pad, was mijn eerste tegenvraag. In mijn gedachten een goed begaanbaar, door mensen gemaakt pad. Deze zijn vanuit het dal niet te zien als weg, maar de borden geven mij wel de hint dat ze er zijn. Bij de parkeerplaats onderaan de berg of heuvels staan de paden aangegeven.
De quote zegt over elke berg.. elke berg? En dan zie ik weer de beelden van de geit die schijnbaar lijkt te vliegen in de lucht, over een pad op de bergwand die ik niet zie, die er niet eens lijkt te zijn. Deze berggeit ziet het pad, waar ik geen pad zie. De geit ziet de weg..
Deze weg is voor mij als mens dus zelfs niet vanaf de berg te zien.
Dit doet me denken aan het leven. Ik weet niet hoe het met jouw leven zit, maar op het moment dat ik denk, dit gaat lekker, duikt er opeens weer een event op waardoor mijn leven ineens weer een ander pad inslaat als ik had gedacht of dat op mijn pad ineens een dikke mist is opgetrokken, dat ik het niet meer weet.
Ik kom soms ‘de weg van het leven’ parkeerplaatsen tegen met duidelijke wegwijzers, maar meestal sta ik onderaan die berg en zie ik de hele weg niet. Toch is er altijd een weg, zichtbaar of onzichtbaar.
Het leven bestaat dus uit zichtbare en onzichtbare paden en wegwijzers. Meestal vertrouw ik op mijn ogen en pak ik de weg die ik zie. Maar soms moet ik op mijn gevoel vertrouwen en een stap zetten op een pad dat ik niet ziet. Als ik het even niet meer zie(t zitten) een kleine stap zetten en een volgende, met het vertrouwen dat ik ergens weer op een duidelijk pad zal uitkomen.
Over elke berg loopt een pad, al is dat vanuit het dal misschien niet te zien. En soms hoop ik diezelfde blik te krijgen als die berggeit



